| 2-productmodel | VV, VLV, VLHV, VV22, VLH22, VV32, VY23, VV62, VV72, enz. |
| 6-draads kernidentificatie | 6.1 Identificatie van de isolatiekleur: 1-aderige kabel: geel of groen of rood of blauw of geelgroen dubbele kleur of volgens de eis van de klant. 2-aderige kabel: rood, blauw; 3-aderige kabel: geel, groen, rood; 4-aderige kabel: geel, groen, rood, blauw; 5-aderige kabel: gele, groene, rode, blauwe, geelgroene dubbele kleur of zwart of volgens de eisen van de klant; 3 1-aderige kabel: geel, groen, rood, blauw; 3 2-aderige kabel: gele, groene, rode, blauwe, geelgroene dubbele kleur of zwart of volgens de eisen van de klant; 4 1-aderige kabel: geel, groen, rood, blauw, geelgroen tweekleurig of zwart of volgens de eisen van de klant. Opmerking 1: Geel, groen en rood worden gebruikt voor de hoofdlijnkern, en blauw wordt gebruikt voor de neutrale lijnkern. 6.2 Meeraderige kabelisolatie digitale identificatie: 2-aderige kabel: 0, 1; 3-aderige kabel: 1, 2, 3; 4-aderige kabel: 0, 1, 2, 3; 4-aderige kabel: 0, 1, 2, 3, 4; Opmerking 2: De cijfers moeten wit zijn of volgens de eisen van de klant, waarbij 1, 2, 3 voor hoofdkernen staan, 0 voor neutrale kern en bij 5-aderige kabels verwijst nummer 4 naar geleiders voor speciale doeleinden (inclusief aardgeleiders). |
| 8-Speciale prestatie-eisen | Vlamvertragend A/B/C-kwaliteit, brandwerend, termietbestendig, knaagdierbestendig, UV-bestendig, oliebestendig, enz. |
| 9- Kenmerken van kabeltoepassing | 9.1 De maximale nominale temperatuur op lange termijn die is toegestaan voor de kabelgeleider tijdens normaal bedrijf is 70°C. 9.2 Tijdens kortsluiting (duur niet langer dan 5 seconden) bedraagt de maximaal toegestane temperatuur van de kabelgeleider 160°C. 9.3 De kabelinstallatietemperatuur mag niet lager zijn dan 0 ℃ 9.4 Minimale buigradius voor kabelinstallatie 9.4.1 Eenaderige ongewapende kabel: De minimale buigradius van de kabel tijdens de installatie mag niet minder zijn dan 20 keer de buitendiameter van de kabel. De minimale buigradius van de kabel na installatie mag niet minder zijn dan 15 maal de buitendiameter van de kabel. 9.4.2 Eenaderige gepantserde kabel: De minimale buigradius van de kabel tijdens installatie: niet minder dan 15 keer de buitendiameter van de kabel; De minimale buigradius van de kabel na installatie: niet minder dan 12 keer de buitendiameter van de kabel. 9.4.3 Meeraderige ongewapende kabels: De minimale buigradius van de kabel tijdens installatie: niet minder dan 15 keer de buitendiameter van de kabel; De minimale buigradius van de kabel na installatie: niet minder dan 12 keer de buitendiameter van de kabel. 9.4.4 Meeraderige gepantserde kabels: De minimale buigradius van de kabel tijdens installatie: niet minder dan 12 keer de buitendiameter van de kabel; De minimale buigradius van de kabel na installatie: niet minder dan 10 keer de buitendiameter van de kabel. 9.5-kabel wordt veel gebruikt in stroomdistributiesystemen van 0,6/1 kV en 1,8/3 kV. De kabel is geschikt voor vaste installatie zowel binnen als buiten, directe ingraafinstallaties, pijpleidingen, kabelgoten, leidingen en kabelgoten. Met metaaltape gepantserde kabel is bestand tegen mechanische krachten, maar niet tegen aanzienlijke spanningen. Gepantserde kabel met metaaldraad is bestand tegen mechanische krachten en aanzienlijke spanningen. Ongepantserde kabel is niet bestand tegen spanning of compressie. |